• Gegroet, sterveling! Nieuw op het forum?
    Als je wilt deelnemen aan het forum heb je een forumaccount nodig. Registeer er snel een! Heb je al een forumaccount? Dan kun je hier inloggen.

VerhalenTopic

RabbidRobin

Ex-Teamleider Forum
Mijn vingers kriebelen. Iemand geïnteresseerd in een verhaaltje (voor het slapengaan)?
Thema van voorkeur? Ridders, gordon, andere ideeën? ^^.
 

RabbidRobin

Ex-Teamleider Forum
Blauwvoet

De Aankomst

Ramona keek bang om zich heen. Ze zat hier nu, ze wist niet voor hoelang. Waar ze was wist ze niet, ze wist alleen dat ze veilig was. Misschien. Ook dat was niet zeker. Ze wist niets meer zeker. In deze tijden was er niets van zekerheid. Twijfel, chaos en onvoorspelbaarheid hadden haar leven de afgelopen dagen bepaald. Hier zat ze nu, in de cel. Ze vervloekte haarzelf. Ze had het haar moeder beloofd, nooit meer in de cel. En toch zat ze hier nu, in deze wachtcel. Niet dat ze iets had misdaan, maar ze hielden haar vast totdat dat bevestigd was.

Het aantal reizigers dat toegang verzocht tot Mirwart steeg met de dag. De wachtcellen waren niet langer voldoende, op verschillende plaatsen rond Mirwart waren al kleinere dorpen ontstaan, van mensen die er kampeerden, in afwachting om Mirwart te kunnen betreden. Zij had geluk gehad, zonder familie, zonder enige persoon die om haar gaf had ze medelijden kunnen afdwingen en had ze op die manier vrij snel een weg tot in Mirwart gevonden.

De gedachte aan haar familie en degenen die haar liefhadden deed haar kokhalzen. Ze wilde er niet aan terugdenken, dat wilde ze nooit, maar net als al die keren werd ze nu terug naar diezelfde situatie gesleept. Haar moeder die haar normaal van school zou halen. De school, ze dacht er mijmerend aan terug, was het nog maar zo. Ze kwam nooit, ze was alleen naar huis gegaan. Ze had haar daar aangetroffen, druk in de weer. ‘Het is tijd om te vertrekken,’ had ze gezegd. Ze had het niet begrepen, en haar ‘Naar waar?’ was ook niet beantwoord.

Dit was drie dagen na de ontdekking van het virus. In dat stadium was er nog niet zo heel veel misgelopen, het was bekend dat het virus uiterst besmettelijk was, helse pijnen veroorzaakte en tegelijkertijd overal in de wereld was opgedoken. Maar toch had ze het niet gesnapt. ‘Het is tijd om te vertrekken.’, het zou nog dagen duren voordat het tot haar doordrong wat ze had gezegd. ‘We vertrekken morgen’, had ze gezegd. De volgende morgen was ze weg. Alles voor haar was klaargezet, geregeld. Behalve hetgeen ze de komende periode het hardst zou nodig hebben, haar moeder.

De dagen die volgden waren verschrikkelijk geweest. Leuven, waar ze woonde was als een van de eerste steden volledig doorgedraaid. Openbare klopjachten, massa-hysterie, totale chaos. Het was ook tijd voor haar om te vertrekken. Waar naartoe had ze geen idee, dus trok ze naar het zuiden. De dagen die volgden waren slecht geweest voor haar, ze had ze allemaal uit haar geheugen gebannen en deed haar uiterste best dat zo te houden. Maar ze kon het niet. Het gat tussen haar vlucht uit Leuven en haar aankomst in Mirwart, één van de weinige safe-zones werd stilaan terug gevuld. Ze verzette zich, maar kon het niet.

De herinneringen sijpelden langzaam binnen, en als het in de cel niet zo donker was geweest, had ze zich harder verzet. Nu zette de duisternis haar aan tot het opgeven. Maar ze wilde het niet, de vorige dagen kwamen langzaam terug in haar geheugen, ze wilde het uitschreeuwen. Maar net op dat moment, verscheen er een lichtpuntje. Haar cel werd geopend, een man in dokterspak knikte vriendelijk naar haar, en gebaarde dat ze vrij was. Ze stapte de cel uit, Mirwart in. Ze was door de controle geraakt, en had toegang gekregen tot de safe-zone.

Een last viel van haar schouders af, maar deze last werd meteen terug opgevuld door wat ze binnen Mirwart zag. Haar hoop was nutteloos geweest, een ijdel lichtpuntje in de duisternis waar ze zich wanhopig aan vast had geklampt in de hoop dat het nog veel geweldiger zou zijn. Ze zakte op haar knieën, wilde wel huilen. Later die nacht huilde ze effectief, ze huilde zichzelf in slaap.
 

firebloem

Winnaar Orakel van Delphi, Verhalen & Memorie 2018
Wereld van Poorten

Poorten van tijd

Deel 1: Proloog

“Elk verhaal begint bij het begin, net zoals elk leven. Een leven dat op aarde komt bij het geboorte, dat groeit en zich uitbreidt tot een gelukkige volwassen vrouw met een man dat van haar houdt en een prachtig kind heeft. Een gezin, een perfect gelukkig gezin dat nog lang en gelukkig leeft.


Zeer mooi, prachtig, maar niet ons verhaal. Ons verhaal begint niet bij het begin, een gelukkig gezin, een vrouw in volle bloei… Ons verhaal begint bij het einde.”


Als een waas raast alles voorbij, toch lijkt alles te vertragen. Elk detail neemt ze in haar op. De straten waar ze doorloopt staan in lichterlaaie, schreeuwende mensen rennen alles kippen zonder kop heen en weer, lopen op de mensen dat alreeds dood liggen te bloeden op de grond. Ze negeert ze. Ze kan niet naar de doden op de grond kijken, wetende dat haar man, haar o zo dierbare man daar ligt bij die mensen op de grond… dood. Het breekt haar hart, haar ziel. Ze dacht dat ze het kon veranderen, haar toekomst, zijn toekomst, dat van hun kind. In plaats daarvan heeft ze alles verpest. Men heeft haar gewaarschuwd en toch heeft ze niet geluisterd. Nu is ze haar man kwijt. En haar kind? Uit het oog verloren in de strijd. “Leeft ze nog? Is er nog hoop?”
Haar hele dorp platgebrand, mensen die ze deze ochtend nog gesproken hadden liggen nu te verkolen in het vuur. “Dit is allemaal mijn fout”, denkt ze dan.

Ze wordt ruw uit haar gedachten getrokken wanneer een man schreeuwend op haar af komt, zwaard hoog boven het hoofd geheven. Ze strompelt achteruit in angst. “Alles is voor niets geweest, ik heb gefaald, ik heb hen de dood ingestuurd.” Ze moet haast lachen uit wanhoop wanneer ze struikelt over een steen en neervalt. Geen tijd, noch kracht om zich te verdedigen , om stil te staan bij wat had kunnen zijn, wat had moeten zijn. Geen dorp, geen huis, geen man en geen kind om nog over te waken.

Als de man zijn zwaard laat neerkomen sluit ze haar ogen “Had het maar anders geweest” en slechts een enkele traan weet zich los te maken voordat alles zwart wordt.
 
Dit is fout...
Dat waren de woorden die door Zeus zijn hoofd schoten toen zijn oudere broer over hem heen kroop op zijn smalle klinē. 'Wat is er, broertje?', bromde Poseidon zwoel, 'Je hebt toch al zoveel ervaring met hofmakerij?'
'Poseitje...' De naam rolde als een zwak gedrein over zijn tong en Zeus haatte het feit dat hij op dit moment zich niet kon bedaren. Het was waar, hij had al meerdere vrouwen--wezens--bemind, maar dit was anders. Met hen voelde hij geen connectie, maar hier, in deze knusse ruimte, voelde alles gewoon... goed. Misselijkmakend perfect. Alsof dit de plek was waar hij al die tijd al hoorde, in de armen van zijn grote, sterke broer. Poseidon. De gedachte aan de naam alleen al liet Zeus huiveren met lust, alsof zijn oudere broer een aardbeving in zijn fysieke kern liet ontstaan.
'Shh...', suste Poseidon, wetende dat dit moeilijk was voor zijn kleinere broertje. Zelfs zijn ervaring met het opgegeten en uitgespuugd worden door zijn vader kon dit kwetsbare moment niet overtreffen. Zeus was bereid om zijn lichaam aan Poseidon over te geven, althans voor deze nacht, en dat was een grote stap voor een man die altijd al de overhand had. Poseidon had echter ervaring met mannelijke partners, waardoor hij wist dat hij niet te snel moest gaan. Het flesje olijfolie op de tafel was al wel halfleeg, aangevend dat het moment er nu wel aan zat te komen.
'Doe het,' beval Zeus met een lichte glimlach, 'Ik ben Hera niet.'
'Heh.' Poseidon grinnikte door de plostelinge opmerking over hun kwetsbaardere zusje en positioneerde zich, klaar om Zeus te penetreren, 'Oké, hier komt ie.'
Direct voelden de twee broers de bliksemschichten in hun kruis ontstaan, de zucht naar een climax veel te hoog door het te langzame voorspel. Het was alsof ze nu ontdekten dat dit was wat ze misten in hun leven en Poseidon zou zijn broertje niet laten vergeten wie hem zo kon laten voelen. Het duurde ook niet lang voordat ze het perfecte ritme hadden gevonden, het einde bijna in zicht.
Voor Zeus kwam het genot als een vloedgolf over hem heen gespoeld en Poseidon voelde deze donderslag net zo hard aan komen toen de goddelijke essenties van de twee broers zich over Zeus zijn sixpack mixten. Met een zwaar gehijg plofte Poseidon op Zeus neer, waarna de broers in de lach schoten en elkaar omarmden. Ja, dit was waar zij hoorden.

HAHAHAAHAH 1 APRIL DOEI.
 

RabbidRobin

Ex-Teamleider Forum
De laatste vracht

Een grote golf zeewater sloeg in op het dek. Kapitein Yari stond stevig op het dek en liet het zeewater over haar gezicht schuren. Ze brulde iets later nog naar haar scheepsmakkers dat ze zich maar beter als de donder het schip drijvende moesten houden. In de verte lag de bestemming al op hun te wachten, zelfs met dit vies weer was het land al te zien. Daar wachtte hun beloning, als ze hun schip en vracht tot daar konden krijgen, tenminste. Het anker was enkele uren eerder bij het begin van de storm al uitgegooid, sindsdien waren de zeilen naar beneden gehaald en overtollig gewicht gedumpt maar bleef het schip nog steeds schommelen. Ze konden niet veel doen, behalve de storm uitzitten en tot de heilige Poseidon bidden dat hij hen zou sparen.

Ze inspecteerde hun vracht nog maar eens voor de zoveelste keer. Ze liep voorbij de zijden doeken, de waardeloze, waarschijnlijk valse, edelstenen en wijn, recht naar de meest waardevolle vracht die ze bijhadden. Ze tilde het deksel voorzichtig op. Een druk gekwekkel zorgde ervoor dat ze hem meteen weer dichtsmeet. De kippen hadden nog genoeg voer. Zolang ze goed doorvoed bleven en hun magische eieren legden, zouden ze voor eender wie aan boord was genoeg opleveren om de rest van zijn/haar leven in vrede door te brengen. Alleen wist gelukkig niemand van deze vracht af. Het had moeite gekost om deze vracht geheim te houden, maar het was haar gelukt.

Na deze klus zat het er voor haar ook op. Met meer dan 20 jaar ervaring en slechts 2 mislukte opdrachten had ze een meer dan redelijke reputatie opgebouwd. Maar haar instinct zei haar om de vruchten te plukken nu ze rijp waren. Elke opdracht, elke zeereis bracht meer risico’s met zich mee. Risico’s die ze na deze reis gelukkig niet meer moest nemen. Het schip bewoog gevaarlijk veel naar bakboord en Yari werd half tegen de zijwand, half tegen het plafond van het ruim gesmeten. De klap was genoeg om alle lucht uit haar longen te persen.

Ze strompelde recht, de kloppende pijn in haar rechterarm negerend. Voorover gebukt zette ze stap voor stap naar de trappen, terwijl ze probeerde zichzelf in evenwicht te houden en niet nog eens door de golven omver te worden gegooid. Toen echter, deed een maar al te bekend geluid haar stilstaan. De kling van een metalen haak die zich ergens aan vastklampte, daarna het suizen van het touw dat aangespannen werd. Het kon niet, het zou de ondergang van hun beide betekenen. Welke idioot was zo dom om met dit weer … ?

Verder dwaalden haar gedachten niet toen een doodskreet haar bereikte en haar vermoedens bevestigt werden. Er was geen tijd meer om te denken. Ze waren verloren, maar konden maar beter hun best doen om hun huid zo duur mogelijk te verkopen. Met 3 grote passen stormde ze tot bij de trap en tot aan de deur. Ze smeet de deur open, tegelijkertijd naar haar scherpe zwaard tastend. De deur vloog open en een laatste strijdkreet ontsnapte uit haar keel, voordat die werd meegenomen en verloren ging in de wind. Buiten was de zaak al verloren

Ze keek niet eens naar het drietal pijlen dat zich sneller dan ze kon reageren door haar lichaam hadden geboord, ze had enkel oog voor haar schip. Haar bemanning, haar vrienden waarvan de helft dood op het dek lag, enkele anderen een laatste poging waagden hun leven met enkele minuten te verlengen. Meer was hun strijd niet tegen de overmacht van piraten, in dit noodweer.

Ze viel op haar knieën, een man benam haar het zicht op haar schip, ze kon niets anders doen dan omhoog kijken. De piraat glimlachte nog even, zijn rotte tanden even wat lucht gunnende vooraleer zijn zwaard neerdaalde voor een laatste slag. Haar laatste gedachten waren bij de verkoper, die had gezworen dat niemand op de hoogte was van de magische lading, daarna was alles zwart.

(Ik kan me herrineren dat er ergens een dt-fout instond, volgens mij was dit de eerste versie met fout, mijn excuses ^^.)